Conclusie
Het middel
Mijn cliënt bevindt zich in voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 16-659918-13, die op 3 januari 2014 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland wordt behandeld. Hij heeft mij vanmorgen om 08.55 uur gebeld met de mededeling dat hij een afstandsverklaring heeft getekend, omdat hij ziek is: hij heeft buikgriep en heeft last van overgeven. Mijn cliënt heeft mij gevraagd om het hof om namens hem aanhouding te vragen, aangezien hij de behandeling van zijn strafzaak wenst bij te wonen.
Ik voel me niet vrij om buiten de aanwezigheid van mijn cliënt de bezwaren tegen het vonnis op te geven. Mijns inziens heeft hij het recht om de behandeling van zijn strafzaak bij te wonen.
Er is geen medische verklaring opgevraagd. Daarvoor dient eerst een medische machtiging te worden afgegeven. Het is onmogelijk om binnen zo’n kort tijdsbestek een medische verklaring te verkrijgen: er is niet continu een arts aanwezig in de penitentiaire inrichting. Wel is er verplegend persoon aanwezig.
Het aanhoudingsverzoek dient mijns inziens bij gebrek aan onderbouwing, bijvoorbeeld door een medische verklaring of een faxbericht van het huis van bewaring, te worden afgewezen.
Naar het oordeel van het hof is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verdachte op dit moment een ziekte heeft, die hem verhindert bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig te zijn. Bovendien heeft verdachte een verklaring getekend, waarin hij aangeeft afstand te doen van zijn aanwezigheidsrecht. Het hof zal het aanhoudingsverzoek afwijzen en de zaak bij verstek afdoen.”
Het staat ter beoordeling van de rechter of hij de aangevoerde reden aannemelijk en van voldoende gewicht acht en of het belang van een behoorlijke strafvordering de voorrang moet hebben boven het belang van de verdachte bij aanhouding. In de regel mag daarom van de verdachte of diens raadsman worden gevergd dat hij ter staving van het verzoek (alsnog) de gegevens kan verstrekken die de rechter met het oog op de te nemen beslissing wenselijk acht. Aan de rechter staat het vrij om indien een verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd of indien aan diens verlangen tot aanvulling niet of niet genoegzaam is voldaan, daaraan gevolgtrekkingen te verbinden. Oordelen en beslissingen daarover kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. [1]
omdathij ziek is en dat verdachte hem heeft gevraagd om aanhouding van de behandeling van de zaak te verzoeken omdat verdachte de behandeling van zijn strafzaak wenst bij te wonen. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte met het afstandsformulier enkel heeft willen kenbaar maken dat hij ziek is en daarom niet ter terechtzitting kan verschijnen en dat het geenszins de bedoeling van verdachte was zijn aanwezigheidsrecht prijs te geven. Het kennelijke oordeel van het Hof dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht is daarom zonder nadere motivering niet begrijpelijk. [2]