Met een op 3 oktober 2001 ter griffie van de rechtbank te Roermond ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken en, voor zover in cassatie nog van belang, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de vier minderjarige kinderen (1) [zoon 1], geboren op [geboortedatum] 1991, (2) [dochter 2], geboren op [geboortedatum] 1992, (3) [dochter 3], geboren op [geboortedatum] 1994, en (4) [zoon 4], geboren op [geboortedatum] 1996, vast te stellen op € 340,34 per kind per maand en de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw op € 1.361,34 bruto per maand.
De man heeft zich wat betreft het verzoek tot echtscheiding gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, doch heeft tegen de overige verzoeken gemotiveerd verweer gevoerd. Hij heeft verzocht de kinderalimentatie te bepalen op € 181,51 per kind per maand en het verzoek tot bepaling van een uitkering voor levensonderhoud voor de vrouw af te wijzen.
Bij beschikking van 14 februari 2002 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de beslissingen omtrent de verzoeken tot bepaling van de kinder- en partnerbijdrage aangehouden.
Bij beschikking van 22 augustus 2002 heeft de rechtbank bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet voldoen een bedrag van € 209,-- per kind per maand, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, en het verzoek tot bepaling van een door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw afgewezen.
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof te 's-Hertogenbosch op 21 november 2002, heeft de vrouw verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en om, opnieuw beschikkende, de kinderalimentatie resp. de partneralimentatie per 12 juni 2002, althans met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, te stellen op € 340,34 per kind per maand, resp. op € 1.361,34 per maand, althans op zodanige bedragen als het hof in goede justitie redelijk acht.
De man heeft het verzoek van de vrouw gemotiveerd bestreden en heeft incidenteel beroep ingesteld. Daarbij heeft de man verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en de kinderalimentatie te bepalen op € 162,50 per kind per maand, zulks vanaf de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
Het hof heeft bij beschikking van 16 oktober 2003 de beschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal voldoen een bedrag van € 315,-- per kind per maand, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand en, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft, te voldoen bij vooruitbetaling en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.