ECLI:NL:HR:2005:AS1867
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstalzaak met valse sleutels
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij gebruik werd gemaakt van valse sleutels. De aanvrager stelde dat niet hij, maar zijn broer het feit had gepleegd en dat bij aanhouding de broer de personalia van de aanvrager had opgegeven.
Na aanvullend onderzoek, waaronder dactyloscopisch onderzoek, bleek dat de verdachte een valse naam had opgegeven en dat de vingerafdrukken overeenkwamen met die van een andere persoon. Dit leidde tot het vermoeden van persoonsverwisseling in de oorspronkelijke zaak.
De Hoge Raad concludeerde dat deze omstandigheid een grond voor herziening oplevert op grond van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv. De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden voor hernieuwde behandeling.