ECLI:NL:PHR:2005:AS1867

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02641/04 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 lid 1 onder 2° SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstalzaak

Aanvrager is door de politierechter veroordeeld wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met gebruik van valse sleutels. De herzieningsaanvraag is gebaseerd op een persoonsverwisseling, waarbij uit dactyloscopisch onderzoek blijkt dat de verdachte een valse naam heeft opgegeven. De vingerafdrukken tonen aan dat de aangehouden persoon niet aanvrager is, maar een ander persoon met een andere geboortedatum.

Het aanvullend proces-verbaal, ontvangen op de dag van de bestreden uitspraak, had de politierechter vermoedelijk tot vrijspraak gebracht indien hij hiervan op de hoogte was geweest. De Hoge Raad concludeert dat dit een omstandigheid is als bedoeld in artikel 457 lid 1 onder Pro 2° Sv, die herziening rechtvaardigt.

De Hoge Raad beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden voor een nieuwe berechting op grond van artikel 467 Sv Pro.

Uitkomst: Herzieningsaanvraag gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe berechting.

Conclusie

Nr. 02641/04 H
Mr. Fokkens
Zitting: 4 januari 2005
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is door de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels" veroordeeld tot 60 uur werkstraf subsidiair 30 dagen hechtenis.
2. De herzieningsaanvraag is namens verzoeker ingediend door mr. W.J. Ausma, advocaat te Nieuwegein.
3. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 457 lid 1 aanhef Pro en onder 2° Sv, te weten een persoonsverwisseling.
4. In de toelichting op de aanvrage is aangevoerd dat de broer van verzoeker bij diens aanhouding verzoekers naam heeft opgegeven. De aannemelijkheid van dit verhaal blijkt uit een zich bij de stukken bevindend aanvullend proces-verbaal bevattende de uitslag van een dactyloscopisch onderzoek. Dit proces-verbaal houdt in:
"Ik, [verbalisant 1], agent van politie, dienstdoende bij Team Zwette-Aldlan, verklaar naar aanleiding van het volgende:
Op 16 augustus 2002 ontving verbalisant een schrijven van het Korps Landelijke Politiediensten afdeling Dactyloscopie. Dit schrijven werd verstuurd na verzoek tot vaststelling van de identiteit van een verdachte welke opgaf te zijn:
[Aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats].
Uitslag van het dactyloscopisch onderzoek gaf als resultaat dat de verdachte een valse naam op gaf. Naar de verdachte werd een onderzoek ingesteld nadat hij was aangehouden in een auto welke bij navraag gestolen was in Leeuwarden. (zaaknr. 2002048590) Verdachte blijkt na onderzoek van identieke vingerafdrukken voor te komen als:
[Betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats]."
5. Uit een op dit proces-verbaal geplaatst stempel blijkt dat dit op 26 augustus 2002 -de dag waarop de bestreden uitspraak is gewezen- bij het 'Arrondissementsparket te Leeuwarden' is ingekomen. Deze omstandigheid levert het ernstig vermoeden op dat de politierechter als hij hiermee bekend was geweest, de aanvrager van het tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,