ECLI:NL:HR:2005:AS2048
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in echtscheidingszaak na bestreden vonnissen rechtbank en hof
De zaak betreft een echtscheidingsgeschil tussen een man en een vrouw. De man verzocht bij de rechtbank Rotterdam om echtscheiding, terwijl de vrouw dit verzoek bestreed en zelf scheiding van tafel en bed vorderde. De rechtbank wees het verzoek van de man toe en wees het zelfstandig verzoek van de vrouw af. De vrouw ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde.
De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De man nam geen verweer in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad op 25 maart 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de echtscheiding en afwijzing van het verzoek tot scheiding van tafel en bed.