ECLI:NL:HR:2005:AS2650
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart OvJ niet-ontvankelijk in uitleveringsverzoek wegens onvindbaarheid opgeëiste persoon
De zaak betreft een verzoek van de Verenigde Staten tot uitlevering van een persoon die zich buiten Nederland bevindt en sinds zijn uitzetting niet is teruggekeerd. De Hoge Raad heeft eerder een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam vernietigd en de opgeëiste persoon opgeroepen voor een zitting, waarop hij niet is verschenen.
Op de daaropvolgende zitting was de persoon wederom afwezig, maar zijn raadsvrouwe was aanwezig en verklaarde gemachtigd te zijn. De Advocaat-Generaal meldde dat politieonderzoek had uitgewezen dat de opgeëiste persoon onvindbaar is in Nederland.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de Hoge Raad dat het uitleveringsverzoek niet kan worden behandeld omdat de persoon niet in Nederland aanwezig is. Daarom verklaart de Hoge Raad de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in het uitleveringsverzoek wegens onvindbaarheid van de opgeëiste persoon in Nederland.