ECLI:NL:HR:2005:AS4128

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/309HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
  • P.C. Kop
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling in faillissementszaak na hoger beroep en cassatie

In deze zaak vorderde de curator in het faillissement van een betrokkene betaling van een bedrag van ƒ 305.000 van eisers en een andere partij. De eisers bestreden deze vordering. De rechtbank veroordeelde één van de eisers tot betaling van een deel van dit bedrag, terwijl de vordering tegen de andere partij werd afgewezen.

Eisers stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals de curator incidenteel hoger beroep. Het gerechtshof verwierp het principale beroep, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de veroordeling van één eiser en veroordeelde vervolgens alle eisers hoofdelijk tot betaling van € 90.756,04, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 augustus 1996.

Tegen dit arrest stelde eisers cassatieberoep in. De Hoge Raad verwierp dit beroep, oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Tevens werden de kosten van het cassatiegeding aan eisers opgelegd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de hoofdelijke veroordeling van eisers tot betaling aan de curator.

Uitspraak

11 februari 2005
Eerste Kamer
Nr. C03/309HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
2. [Eiser 2],
3. [Eiseres 3],
4. CHEAPSKATES B.V.,
alle wonende c.q. gevestigd te [plaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
Mr. Gerardus Martinus VAN VOORST, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Amstelveen,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij vijf exploten van 3 februari 2000 eisers tot cassatie alsmede [betrokkene 2], wonende te [woonplaats] - verder afzonderlijk te noemen: [eiseres 1], [eiser 2], [eiseres 3] en Cheapskates, dan wel gezamenlijk: [eiser] c.s. en [betrokkene 2] - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] c.s. en [betrokkene 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de anderen bevrijd zijn, te veroordelen om aan de curator te betalen een bedrag van ƒ 305.000, subsidiair de in het petitum ten laste van verschillende eisers vermelde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 1996 tot aan de dag der algehele voldoening.
[Eiser] c.s. en [betrokkene 2] hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 31 oktober 2001 [eiseres 1] veroordeeld tot betaling aan de curator van ƒ 97.561,08 en van ƒ 18.659,65, vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen vanaf 27 augustus 1996 tot aan de voldoening, de curator tot bewijslevering toegelaten, en de vordering tegen [betrokkene 2] afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De curator heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 7 augustus 2003 heeft het hof in het principale beroep het beroep verworpen. In het incidentele beroep heeft het hof het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de veroordeling van [eiseres 1] tot betaling van de bedragen van ƒ 97.561,08 en ƒ 18.659,65 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan de curator van een bedrag van € 90.756,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 augustus 1996 tot aan de dag der algehele voldoening, [eiser] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van de curator verwezen, en het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 996,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.