ECLI:NL:HR:2005:AS5091
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep in geschil over betalingsvordering woonmaatschappij
Eisers, woonachtig te een woonplaats, werden door de Stichting Woonmaatschappij 'De Vonk' gedagvaard wegens een betalingsvordering van ƒ 20.253,32, vermeerderd met wettelijke rente. De kantonrechter wees de vordering deels toe en veroordeelde eisers tot betaling van € 9.190,56 plus rente en proceskosten. Tegen dit vonnis en een tussenvonnis werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof verwees de zaak terug voor nadere stukken en bekrachtigde vervolgens de vonnissen van de kantonrechter. Tegen deze uitspraken werd cassatieberoep ingesteld. De Vonk was in cassatie niet verschenen, waardoor verstek werd verleend.
De Advocaat-Generaal adviseerde om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren voor het deel gericht tegen het tussenarrest en het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies, verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten van het cassatiegeding, met nihil aan de zijde van De Vonk.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de eerdere vonnissen en arresten worden bekrachtigd.