ECLI:NL:HR:2005:AS5091

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/068HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RvBurgerlijk Wetboek Boek 7A 1598Burgerlijk Wetboek Boek 7A 1599Burgerlijk Wetboek Boek 7 224
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep in geschil over betalingsvordering woonmaatschappij

Eisers, woonachtig te een woonplaats, werden door de Stichting Woonmaatschappij 'De Vonk' gedagvaard wegens een betalingsvordering van ƒ 20.253,32, vermeerderd met wettelijke rente. De kantonrechter wees de vordering deels toe en veroordeelde eisers tot betaling van € 9.190,56 plus rente en proceskosten. Tegen dit vonnis en een tussenvonnis werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof verwees de zaak terug voor nadere stukken en bekrachtigde vervolgens de vonnissen van de kantonrechter. Tegen deze uitspraken werd cassatieberoep ingesteld. De Vonk was in cassatie niet verschenen, waardoor verstek werd verleend.

De Advocaat-Generaal adviseerde om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren voor het deel gericht tegen het tussenarrest en het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies, verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten van het cassatiegeding, met nihil aan de zijde van De Vonk.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de eerdere vonnissen en arresten worden bekrachtigd.

Uitspraak

22 april 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/068HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1], en
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.E. Wanrooij,
t e g e n
DE STICHTING WOONMAATSCHAPPIJ 'DE VONK',
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: De Vonk - heeft bij exploot van 28 februari 2001 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de kantonrechter te Haarlem en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan De Vonk te betalen een bedrag van ƒ 20.253,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2000 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiser] c.s. in de kosten van dit geding.
[Eiser] c.s. heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 27 juni 2001 [eiser] c.s. tot bewijslevering toegelaten.
Na getuigenverhoor heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 6 maart 2002 [eiser] c.s. veroordeeld om aan De Vonk te betalen een bedrag van € 9.190,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2000 tot het moment van de algehele voldoening, [eiser] c.s. in de proceskosten aan de zijde van De Vonk veroordeeld, dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen van de kantonrechter hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij tussenarrest van 13 maart 2003 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van De Vonk en bij eindarrest van 6 november 2003 de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen De Vonk is verstek verleend.
[Eiser] c.s. hebben de zaak doen toelichten door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. in hun cassatieberoep, voor zover dit is gericht tegen het tussenarrest van 13 maart 2003, en tot verwerping van hun beroep voor het overige.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Vonk begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 22 april 2005.