ECLI:NL:PHR:2005:AS5091
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding mutatieschade na huurbeëindiging ondanks ontbreken eindinspectie
In deze zaak verhuurde Stichting Woonmaatschappij De Vonk een woning aan eiseres c.s., die tijdens de huur diverse wijzigingen aan de woning aanbracht, waaronder het schilderen in andere kleuren, het aanbrengen van een doorgeefluik en een bad. Na ontruiming wegens huurachterstand vorderde De Vonk vergoeding van de kosten voor het herstel van deze mutatieschade.
De kantonrechter veroordeelde de huurders tot betaling, waarna hoger beroep volgde. Het hof bevestigde de veroordeling en oordeelde dat de door De Vonk overgelegde facturen voldoende inzicht boden in aard en omvang van de werkzaamheden. Hoewel geen specificatie per onderdeel was gegeven, was het aan de huurders om te betwisten welke werkzaamheden zij zelf tegen lagere kosten hadden kunnen uitvoeren, wat zij onvoldoende hadden gedaan.
In cassatie richtten de huurders zich tegen het oordeel van het hof dat de stelplicht en bewijslast van De Vonk voldoende waren vervuld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk of onjuist had geoordeeld en dat het ontbreken van een voorafgaande inspectie niet tot een andere uitkomst leidt wanneer de aard en omvang van de wijzigingen zodanig zijn dat de huurders deze niet zelf tijdig en goedkoper hadden kunnen herstellen.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot betaling van de mutatieschade stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurders wordt verworpen en de vergoeding van mutatieschade aan de verhuurder blijft in stand.