ECLI:NL:HR:2005:AS5756
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over loonbelasting naheffingsaanslag en bewijslastverdeling
In deze zaak is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd voor niet-afgedragen loonbelasting over het jaar 1996, met een verhoging van honderd procent en gedeeltelijke kwijtschelding. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag verminderd, maar de Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
Het hof had geoordeeld dat de brutering van de aanslag onterecht was toegepast, omdat niet was aangetoond dat belanghebbende al in het tijdvak van naheffing had besloten de belasting niet te verhalen op werknemers. De Hoge Raad constateert echter dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang over de toepasselijkheid van artikel 27e AWR, dat bepaalt dat bij het ontbreken van vereiste aangiften het beroep ongegrond moet worden verklaard, tenzij blijkt dat de uitspraak op bezwaar onjuist is.
De Hoge Raad wijst erop dat het hof niet heeft beoordeeld of de vereiste aangiften waren gedaan en dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de aanslag naar willekeur was vastgesteld zonder de redelijkheid van de schatting door de inspecteur te toetsen. Ook ontbreekt een nadere motivering waarom de matige inkomens- en vermogenspositie van de Poolse werknemers geen rol zou spelen.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het hof, behoudens het griffierecht, en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.