ECLI:NL:HR:2005:AS5959
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding
De vrouw verzocht de rechtbank Utrecht om voorlopige voorzieningen te treffen waarbij de man werd veroordeeld tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun drie kinderen en een bijdrage in haar levensonderhoud. De rechtbank wees dit verzoek toe, waarna de man echtscheiding vorderde en bezwaar maakte tegen de alimentatieverplichtingen.
De rechtbank sprak de echtscheiding uit, legde een kinderalimentatiebedrag vast en stelde het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie aan de kant. Beide partijen gingen in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat de eerdere beslissingen vernietigde en de alimentatiebedragen aanpaste. De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep van de vrouw zonder nadere motivering. Hiermee bleef de beschikking van het hof Amsterdam in stand, waarin de alimentatieverplichtingen van de man waren vastgesteld en beperkt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatieverplichtingen zoals vastgesteld door het hof Amsterdam.