ECLI:NL:HR:2005:AS5983
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat drogeren met kalmeringsmiddelen geweld oplevert onder art. 312 jo. art. 81 Sr
In deze strafzaak stond het beroep van de verdachte centraal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij was veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor onder meer geweldpleging door drogeren met kalmerings- en slaapmiddelen. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het bewezenverklaarde drogeren geen geweld in de zin van art. 312 jo Pro. art. 81 Sr Pro oplevert en dat niet was vastgesteld dat het slachtoffer in een toestand van bewusteloosheid of onmacht was gebracht.
De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de Advocaat-Generaal en bevestigt dat het hof de term 'drogeren' terecht heeft opgevat als het toedienen van zoveel verdovende middelen dat het slachtoffer in een toestand van onmacht of bewusteloosheid raakt. De middelen van de verdachte falen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Het arrest bevestigt daarmee de uitleg van geweld in het strafrecht en onderstreept dat het toedienen van kalmeringsmiddelen met het oogmerk het slachtoffer in onmacht te brengen, onder art. 312 jo Pro. art. 81 Sr Pro valt. De Hoge Raad acht geen reden om het bestreden arrest ambtshalve te vernietigen en handhaaft de strafoplegging door het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot achttien jaar gevangenisstraf wordt bevestigd.