Conclusie
“mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd door toediening van voor het leven of de gezondheid schadelijke stoffen”,2.
“belaging”en 4.
“schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden.
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van feit 1. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet, althans niet zonder meer volgen dat aan [slachtoffer] voor de gezondheid schadelijke stoffen zijn toegediend. Daarnaast wordt geklaagd over een innerlijke tegenstrijdigheid in het arrest.
zwaarlichamelijk letsel onder meer verstaat de
voortdurendeongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden. Wat is er dan op tegen, zo vraag ik mij retorisch af, om een
tijdelijkeongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden – onder omstandigheden – aan te merken als (louter) lichamelijk letsel? Kortom, in elk geval op het eerste gezicht verzet het wettelijke systeem zich niet tegen ’s hofs rechtsopvatting. Maar houdt dit prima facie oordeel stand in het licht van literatuur en jurisprudentie?
NJ2005/316 was de vraag aan de orde of het drogeren van het slachtoffer door het toedienen van een hoeveelheid kalmerings- en/of slaapmiddelen (feit 3) en slaapmiddelen (feit 7) “geweld” opleverde in de zin van art. 312 Sr Pro in verbinding met art. 81 Sr Pro. In het ene geval was het slachtoffer kort na het nuttigen van door de betreffende verdachte kennelijk geprepareerde vla draaierig en duizelig geworden in die mate dat hij naar zijn zegge “geen eigen wil meer had”. In het andere geval was het slachtoffer na het drinken van door de verdachte aan hem aangereikte, van benzodiazepines voorziene rode wijn zelfs bewusteloos geraakt. De Hoge Raad liet beide veroordelingen wegens diefstal met geweld in stand onder verwijzing naar de conclusie van de advocaat-generaal. Mijn ambtgenoot Vellinga had in zijn conclusie overwogen dat het hof de term “drogeren” kennelijk en niet onbegrijpelijk had opgevat in de betekenis van het toedienen van zoveel verdovende middelen dat degene aan wie deze worden toegediend in een toestand van onmacht of bewusteloosheid raakt. Het enkele bedwelmen zonder dat dit gepaard gaat met fysiek geweld of zonder dat dit leidt tot een staat van bewusteloosheid of onmacht valt daarentegen niet onder het begrip (toepassen van) “geweld”, aldus Vellinga. [5]
“Körperverletzung”strafbaar is gesteld onderscheidt twee modaliteiten te weten de
“körperliche Misshandlung”en de
“Gesundheitsschädigung”. Onder gezondheidsbenadeling wordt verstaan het teweegbrengen, verergeren of in stand houden van een ziekelijke toestand. [10] Daarbij geldt dat het enkele risico op gezondheidsbenadeling onvoldoende is. Er dient daadwerkelijk sprake te zijn van gezondheidsschade (
“eine Schädigung”). [11] Aangenomen wordt dat het in een toestand van verminderd bewustzijn brengen van een persoon door toediening van drugs, alcohol of medicijnen, valt binnen de reikwijdte van de term “gezondheidsbenadeling”. [12] Over de vraag of het door middel van een slaapmiddel in een slaaptoestand brengen van een ander valt aan te merken als gezondheidsbenadeling bestaat geen duidelijkheid. De slaap als zodanig is niet aan te merken als een pathologische toestand. Het lijkt erop dat gezondheidsbenadeling zich volgens het Duitse recht slechts voordoet wanneer de inname ofwel bewusteloosheid tot gevolg heeft dan wel gepaard gaat met pathologische verschijnselen als duizeligheid, onpasselijkheid of geheugenverlies. [13]
tweede middelklaagt terecht over schending van de inzendtermijn. Het cassatieberoep is ingesteld op 2 april 2013. De stukken van het geding zijn blijkens een daarop gezet stempel op 27 februari 2014 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt met zich dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.