ECLI:NL:HR:2005:AS7925
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over voorlopige aanslag Ziekenfondswet en vertrouwensbeginsel zelfstandigen
Belanghebbende startte in 2001 een onderneming en schatte zijn inkomen voor dat jaar op ƒ 35.000. De Inspecteur legde op basis daarvan een voorlopige aanslag Ziekenfondswet op, die na bezwaar werd verminderd tot nihil. Later volgde een tweede voorlopige aanslag op basis van een hoger inkomen van ƒ 42.000, die gehandhaafd bleef. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte het belang van zelfstandigen bij zekerheid omtrent hun ziekenfondsverzekering onderschatte en onvoldoende onderscheid maakte tussen soorten voorlopige aanslagen. De Inspecteur had zorgvuldiger moeten reageren op het eerste bezwaar, omdat de zelfstandige op het standpunt van de Inspecteur moest kunnen vertrouwen bij het afsluiten van een particuliere ziektekostenverzekering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest. Tevens wordt bepaald dat de tweede voorlopige aanslag verminderd moet worden tot het bedrag dat betrekking heeft op de periode tot aan de ingangsdatum van de particuliere verzekering die belanghebbende heeft afgesloten. Proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest, waarbij de tweede voorlopige aanslag wordt verminderd.