ECLI:NL:HR:2005:AT2650
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid ontbindings- en schadevergoedingsbeding bij surséance van betaling
In deze zaak stonden curatoren van het faillissement van BaByXL B.V. tegenover Amstel Lease Maatschappij N.V. (ALM) over de vraag of ALM recht had op schadevergoeding na ontbinding van een huurovereenkomst wegens surséance van betaling van BaByXL.
De huurovereenkomst bevatte een beding (art. 13) dat ALM het recht gaf de overeenkomst zonder ingebrekestelling te ontbinden bij surséance en aanspraak te maken op schadevergoeding gelijk aan de resterende huurtermijnen. Na verlening van surséance door de rechtbank beëindigde ALM de overeenkomst en vorderde zij schadevergoeding en betaling onder een bankgarantie.
De curatoren stelden dat art. 238 en Pro 39 Faillissementswet (Fw) een tussentijdse ontbinding door de verhuurder tijdens surséance verhinderen en dat het schadevergoedingsbeding nietig was. De rechtbank verwierp deze stellingen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat art. 238 Fw Pro de huurder een opzeggingsrecht geeft, maar niet het recht van de verhuurder om tussentijds te ontbinden uitsluit. Het beding in de huurovereenkomst is geldig en de bankgarantie dekt ook de schadevergoeding.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de curatoren in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het recht van ALM op ontbinding en schadevergoeding bij surséance van betaling.