ECLI:NL:PHR:2005:AT2650
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en schadevergoeding bij huur van roerende zaken in faillissement en surséance van betaling
In deze zaak staat centraal de vraag of een verhuurder bij surséance van betaling of faillissement van de huurder gerechtigd is de huurovereenkomst van roerende zaken te ontbinden en aanspraak te maken op schadevergoeding volgens een contractueel beding.
De curatoren van BaByXL B.V. betwistten de vordering van Amstel Lease Maatschappij N.V. (ALM) tot schadevergoeding na ontbinding van de huurovereenkomst wegens faillissement. De rechtbank oordeelde dat art. 238 Faillissementswet Pro (Fw) de verhuurder niet verbiedt tot ontbinding en dat ALM recht heeft op schadevergoeding voor resterende huurtermijnen. De curatoren voerden aan dat bij surséance de verhuurder niet kan ontbinden en dat het schadevergoedingsbeding nietig is, wat werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 238 Fw Pro de verhuurder niet uitsluit van ontbinding wegens wanprestatie en dat het schadevergoedingsbeding niet strijdig is met dwingend recht. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de bankgarantie ook ziet op schadevergoeding. De uitspraak verduidelijkt de verhouding tussen faillissementsrecht en huurrecht bij roerende zaken en bevestigt de geldigheid van contractuele ontbindings- en schadevergoedingsbedingen in deze context.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.