ECLI:NL:HR:2005:AT3471
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering in civiele procedure na vernietiging hof
Eiser heeft bij de rechtbank een vordering ingesteld tot betaling van een geldbedrag van verweerder. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering alsnog af, waarbij eiser in de proceskosten werd veroordeeld.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee de afwijzing van zijn vordering. Het arrest werd gewezen door de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann en J.C. van Oven en in het openbaar uitgesproken door vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.