ECLI:NL:HR:2005:AT3511
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering over opgenomen vakantiedagen tegen tennisvereniging
Eiser vorderde bij de kantonrechter betaling van loon over vakantiedagen die hij tussen april 1996 en maart 2002 had opgenomen, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging. De kantonrechter wees deze vordering af. Eiser ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde.
Daarop stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De tennisvereniging BLTC was niet verschenen en verstek tegen haar werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van BLTC nihil zijn begroot. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de vice-president.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere afwijzing van zijn loonvordering blijft in stand.