ECLI:NL:HR:2005:AT4076

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/066HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 228 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake schuldsanering en faillissementsrecht

Verzoeker heeft op 22 oktober 2003 een verzoek ingediend bij de rechtbank Zwolle voor toepassing van de schuldsanering. De rechtbank sprak op 9 december 2003 de voorlopige schuldsanering uit en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. Het verzoek tot definitieve schuldsanering werd door de rechtbank op 23 maart 2004 afgewezen.

Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat op 13 mei 2004 het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

24 juni 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/066HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 oktober 2003 ter griffie van de rechtbank te Zwolle ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 9 december 2003 ten aanzien van [verzoeker] de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsanering heeft de rechtbank bij vonnis van 23 maart 2004 afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling op 6 mei 2004 heeft het hof bij arrest van 13 mei 2004 het vonnis van de rechtbank van 23 maart 2004 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.