ECLI:NL:HR:2005:AT4118
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid voorwaardelijke straf met therapeutische behandeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank te Assen die verlof verleende tot de tenuitvoerlegging in Nederland van een Duitse gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden. De rechtbank legde aan de veroordeelde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zou onderwerpen aan elektronisch toezicht en therapeutische behandeling.
De verdediging voerde aan dat het Nederlandse recht geen basis biedt voor het opleggen van een straf die de veroordeelde dwingt tot therapeutische behandeling zonder diens bereidheid. De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting in haar algemeenheid geen steun vindt in het recht. De bijzondere voorwaarde houdt slechts in dat de veroordeelde rekening moet houden met het advies van de reclassering en afspraken die daarover worden gemaakt.
Daarnaast werd het oordeel van de rechtbank dat de veroordeelde na behandeling detentiegeschikt zou kunnen zijn niet onbegrijpelijk bevonden. De Hoge Raad concludeerde dat het middel faalt en verwierp het beroep. Hiermee blijft de strafoplegging inclusief de bijzondere voorwaarden in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van een gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden waaronder therapeutische behandeling en elektronisch toezicht.