ECLI:NL:PHR:2005:AT4118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van therapeutische behandeling als bijzondere voorwaarde bij beperkte detentiegeschiktheid
De Rechtbank te Assen verleende verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een buitenlandse straf waarbij de veroordeelde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf, taakstraf en elektronisch toezicht.
De rechtbank hield rekening met een rapport van een deskundige die stelde dat de veroordeelde vanwege een claustrofobische stoornis beperkt detentiegeschikt is en dat behandeling mogelijk is. De rechtbank legde een gevangenisstraf op met de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde elektronisch toezicht ondergaat, zodat hij zich eerst kan laten behandelen.
De verdediging stelde cassatie in tegen de motivering van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf en de vermeende dwang tot behandeling, stellende dat het Nederlandse recht geen basis biedt voor onvrijwillige therapeutische behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de verklaring van de deskundige juist heeft geïnterpreteerd, dat bijzondere voorwaarden tot behandeling wel kunnen worden opgelegd, en dat de strafoplegging niet onbegrijpelijk of onjuist is. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de opgelegde straf en voorwaarden in overeenstemming zijn met het Nederlandse recht en de omstandigheden van de veroordeelde.
Daarnaast werd toegelicht dat procedures bestaan om veroordeelden met soortgelijke stoornissen passend te plaatsen binnen penitentiaire inrichtingen, en dat er geen gevallen bekend zijn waarin plaatsing onmogelijk was.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank terecht een gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden oplegde, waarbij therapeutische behandeling mogelijk is.