ECLI:NL:HR:2005:AT4486
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Advocaatkosten voor verkrijgen geneeskundige hulp niet aftrekbaar als ziektekosten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag opgelegd op zijn inkomstenbelasting, die hij betwistte. De zaak betrof de vraag of advocaatkosten, gemaakt om via een kort geding de voortzetting van de medische opvang van zijn zoon af te dwingen, konden worden aangemerkt als aftrekbare buitengewone lasten als ziektekosten.
Het Hof had geoordeeld dat deze advocaatkosten wel onder de aftrekbare buitengewone lasten vielen, mede gelet op de bijzondere omstandigheden. De Hoge Raad stelde echter vast dat uitgaven voor rechtskundige bijstand niet kunnen worden gerekend tot de uitputtende opsomming van aftrekbare ziektekosten in artikel 46 lid 3 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarmee de aanslag in stand bleef. De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd uitgesproken op 22 april 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij advocaatkosten niet aftrekbaar zijn als ziektekosten.