Uitspraak
23 september 2005.
Hoge Raad
De Stichting Actief Buitensporten (ABS) exploiteert sinds 1992 het gemeentelijke openluchtzwembad "De Smagtenbocht" te Bladel en huurt daarvoor het zwembadcomplex van de Gemeente Bladel. Het complex omvat ook een kiosk en een winkel in duikersbenodigdheden, die met toestemming van de Gemeente aan een derde is onderverhuurd. De Gemeente heeft de huurovereenkomst pro forma opgezegd met het oog op toekomstige bouwplannen en het zwembad moet worden gesloten.
ABS verzocht de kantonrechter om verlenging van de ontruimingstermijn op grond van art. 7:230a BW, stellende dat het gehuurde een bedrijfsruimte is in de zin van art. 7:290 lid 2 BW Pro, waardoor de huurovereenkomst doorloopt. Zowel de kantonrechter als het hof verwierpen dit standpunt en oordeelden dat het zwembad geen bedrijfsruimte is zoals bedoeld in de wet.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de wettelijke definitie van bedrijfsruimte in art. 7:290 lid 2 BW Pro een limitatieve opsomming bevat waar sportgelegenheden zoals zwembaden niet onder vallen. De kiosk en de winkel zijn ondergeschikt aan de exploitatie van het zwembad en kunnen niet tot bedrijfsruimte worden gerekend. Het beroep van ABS wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het zwembad geen bedrijfsruimte is in de zin van art. 7:290 BW.