ECLI:NL:HR:2005:AT4929
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over inkoop eigen aandelen en dividendbelasting bij tijdelijke belegging
Belanghebbende, een beursgenoteerde vennootschap, kocht in totaal 2.000 eigen aandelen in het kader van een voorgenomen overname van een niet-gelieerde vennootschap (Target). De inkoop werd deels als agio geboekt en deels als belegde middelen op de balans. Belanghebbende droeg dividendbelasting af en maakte bezwaar tegen de afdracht.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond voor een deel van de dividendbelasting en oordeelde dat de aandelen met boeking II als tijdelijke belegging konden worden aangemerkt, maar niet de aandelen met boeking I vanwege de boekhoudkundige verwerking. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de boekhoudkundige verwerking die leidt tot vermindering van het risicodragend vermogen niet afdoet aan het feit dat de inkoop ter tijdelijke belegging was. De aandelen waren verhandelbare effecten met behoud van waarde en namen een plaats in onder de activa. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, het beroep van de Staatssecretaris ongegrond, en het arrest van het Hof vernietigd. Teruggaaf van dividendbelasting werd gelast.
De Hoge Raad bevestigde dat voor het aannemen van een inkoop ter tijdelijke belegging niet vereist is dat de aandelen binnen afzienbare termijn worden doorverkocht. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten en griffierechten werden toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en gelast teruggaaf van dividendbelasting wegens inkoop eigen aandelen als tijdelijke belegging.