ECLI:NL:HR:2005:AT5156
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Bewijsverdeling bij ontbindende voorwaarde in koopovereenkomst onroerend goed
In deze zaak stond centraal de vraag wie de bewijslast draagt voor het bestaan van een ontbindende voorwaarde in een koopovereenkomst van twee kantoorpanden. Verweerder vorderde nakoming van de overeenkomst tegen betaling van de koopsom, terwijl eiser zich beriep op een ontbindende voorwaarde die volgens hem tijdig was gemaakt.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eiser, die zich op de ontbindende voorwaarde beroept, de bewijslast draagt voor het bestaan daarvan. Eiser slaagde er niet in deze bewijslast te dragen, waarna hij werd veroordeeld tot schadevergoeding wegens wanprestatie.
De Hoge Raad bevestigde dat de hoofdregel van bewijslastverdeling inhoudt dat de partij die rechtsgevolgen aanvoert van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast draagt. Dit betekent dat de schuldenaar die zich op een ontbindende voorwaarde beroept, deze moet bewijzen. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde dat eiser de bewijslast draagt voor het bestaan van de ontbindende voorwaarde en verwierp zijn cassatieberoep.