ECLI:NL:HR:2005:AT5482
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering boete omzetbelasting na beroep en wijst cassatie af
Belanghebbende is over het jaar 2000 een naheffingsaanslag en een boete opgelegd wegens niet betalen. Na bezwaar is de boete verminderd van ƒ 59.539 tot € 20.000. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de boete verder verminderde tot ƒ 17.500 en de uitspraak van de inspecteur vernietigde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofarrest. Een van de klachten betrof het niet persoonlijk kunnen toelichten van het standpunt door belanghebbende, omdat de gemachtigde tijdens de zitting op vakantie was en niet verscheen. De Hoge Raad oordeelde dat de kennisgeving van verhindering geen verzoek om uitstel was en dat het hof deze terecht niet als zodanig heeft aangemerkt.
De overige klachten konden ook niet leiden tot cassatie, mede vanwege het ontbreken van rechtsvragen die beantwoording behoefden. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 13 mei 2005 door raadsheren Van Vliet, Lourens en Punt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de door het hof verminderde boete.