ECLI:NL:HR:2005:AT7091
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting tot wijzen op verschoningsrecht van getuigen door opsporingsambtenaren
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld voor diverse belasting- en valsheid in geschrift gerelateerde feiten. De verdediging stelde dat verklaringen van een getuige onrechtmatig waren verkregen omdat zij niet was gewezen op haar verschoningsrecht. Het hof oordeelde dat de FIOD-ambtenaren deze plicht wel hadden, maar de Hoge Raad corrigeert dit oordeel en stelt dat de wetgever geen verplichting heeft opgenomen voor opsporingsambtenaren of rechters om getuigen uitdrukkelijk te wijzen op het verschoningsrecht.
De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging uitsluitend vanwege een onjuiste strafduur die het hof had vastgesteld, en vermindert de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden naar 156 dagen, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De overige beroepen worden verworpen. De schending van het verschoningsrecht leidt niet tot bewijsuitsluiting omdat de verklaring niet als bewijs is gebruikt.
De uitspraak benadrukt dat het niet wijzen op het verschoningsrecht geen reden is voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en dat de wetgever bewust geen verplichting tot informeren over dit recht heeft opgenomen. De zaak toont ook het belang van correcte strafoplegging en naleving van redelijke termijnen in strafprocedures.
Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd en verminderd tot 156 dagen gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding; geen verplichting tot wijzen op verschoningsrecht.