ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9010
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling belastingfraude en valsheid in geschrift door onjuiste woonplaatsopgave en valse aangiften
De verdachte heeft in de jaren 1990 tot en met 1995 de Belastingdienst onjuist geïnformeerd over zijn feitelijke woonplaats, door te stellen dat hij in Zuid-Afrika woonde terwijl hij in Nederland verbleef. Tevens werden in de vennootschapsbelastingaangiften van B.H. B.V. over 1995, 1996 en 1997 te hoge verkrijgingsprijzen van onroerende zaken opgegeven, wat leidde tot een te laag belastbare winst.
De verdediging voerde formele verweren aan, waaronder onrechtmatige bewijsverkrijging door vragenbrieven en huiszoekingen, en een beroep op het nemo tenetur-beginsel. Het hof verwierp deze verweren grotendeels, oordeelde dat het strafrechtelijk onderzoek niet onrechtmatig was en dat de huiszoekingen, ondanks enkele procedurele tekortkomingen, niet tot bewijsuitsluiting leidden.
Feitelijk stelde het hof vast dat het duurzame middelpunt van de levensbelangen van verdachte in Nederland lag en dat hij opzettelijk onjuiste aangiften deed. De verklaringen en bewijsmiddelen werden als betrouwbaar beoordeeld. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan de tijd in voorlopige hechtenis en een geldboete van €500.000, mede gelet op zijn gezondheid en eerdere strafrechtelijke verleden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan de voorlopige hechtenis en een geldboete van €500.000 wegens belastingfraude en valsheid in geschrift.