ECLI:NL:HR:2005:AT7097
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot leggen conservatoir beslag tijdens hoger beroep in ontnemingszaak
In deze zaak stond de vraag centraal of de officier van justitie bevoegd is conservatoir beslag te leggen nadat tegen het vonnis in een ontnemingszaak hoger beroep is ingesteld. De klager voerde aan dat deze bevoegdheid bij het hof en dus bij de advocaat-generaal zou liggen zodra hoger beroep is ingesteld.
De rechtbank had op vordering van de officier van justitie machtiging verleend tot het leggen van conservatoir beslag. De beslaglegging vond plaats nadat het vonnis in de ontnemingszaak in hoger beroep was. De klager stelde dat de beslaglegging onrechtmatig was omdat de officier van justitie daartoe niet meer bevoegd zou zijn.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat geen wetsbepaling bestaat die de advocaat-generaal bij het hof bevoegd verklaart tot het leggen van conservatoir beslag. De officier van justitie blijft bevoegd, en de advocaat-generaal kan beslissingen van de officier van justitie handhaven, wijzigen of ongedaan maken.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep. Er is geen grond om de beschikking van het hof te vernietigen, en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag blijft gehandhaafd.