ECLI:NL:HR:2005:AT7605
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor wapendelicten
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld wegens handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Na de veroordeling diende hij een aanvraag tot herziening in op grond van een ernstige persoonsverwisseling.
Uit onderzoek, onder meer door de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, bleek dat een andere persoon bij zijn aanhouding de personalia van de aanvrager had opgegeven. Diverse proces-verbalen en verklaringen van verbalisanten ondersteunen dit vermoeden. Ook een vliegticket en een bagagecontrole op Schiphol bevestigen dat de aanvrager op het moment van het delict elders was.
De Hoge Raad concludeert dat de aanvrage gegrond is omdat de rechter bij het vonnis niet op de hoogte was van deze feiten en omstandigheden. Hierdoor is er een ernstige twijfel ontstaan over de juiste dader. De Hoge Raad beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.