ECLI:NL:PHR:2005:AT7605
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij ongeoorloofd vuurwapenbezit
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor ongeoorloofd vuurwapenbezit te Rotterdam op 26 september 2003. Hij stelde dat hij niet de persoon was die was aangehouden, maar dat een ander zijn identiteit had gebruikt. Ter onderbouwing werd onder meer een vliegticket en bagagelabels overlegd waaruit bleek dat hij op die datum op vakantie was op Curaçao.
De Koninklijke Marechaussee trof bij een controle op Schiphol een koffer aan met bagagelabels op naam van de aanvrager, waarin vermoedelijk cocaïne werd aangetroffen. De politie Rotterdam-Rijnmond onderzocht de zaak nader en concludeerde dat de man die destijds was gehoord en gefotografeerd niet overeenkwam met de aanvrager. De politie kon de aanvrager niet herkennen als de verdachte van het vuurwapenbezit.
De Hoge Raad constateerde dat de personalia van de aangehouden verdachte niet waren geverifieerd en dat er een ernstig vermoeden bestond van persoonsverwisseling. Daarom verklaarde de Hoge Raad het herzieningsverzoek gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling; zaak verwezen voor nieuwe berechting.