ECLI:NL:HR:2005:AT8190
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Gebruik lesvliegtuig door leerling niet voor commerciële doeleinden volgens accijnsrecht
Belanghebbende exploiteert een luchtvaartbedrijf en stelde gedurende de relevante tijdvakken lesvliegtuigen ter beschikking aan leerlingen die tegen betaling van een instructeur vliegles kregen. De leerlingen huurden het vliegtuig van belanghebbende en betaalden ook voor brandstof en landingsrechten.
De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij meende dat de vrijstelling van accijns op minerale oliën niet van toepassing was, aangezien het gebruik van het vliegtuig commercieel zou zijn. Belanghebbende stelde dat het gebruik door de leerling-vlieger privé was en dus vrijgesteld.
Het Hof oordeelde dat de leerling-vlieger als huurder het gebruik van het vliegtuig genoot voor privé-doeleinden en niet voor commerciële doeleinden zoals bedoeld in de Wet op de accijns en de EU-richtlijn. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beoordeling van het gebruik vanuit de huurder moet plaatsvinden.
De Hoge Raad vond geen grond voor een proceskostenveroordeling en wees het beroep af, waarmee de naheffingsaanslagen gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven gehandhaafd.