ECLI:NL:HR:2005:AT8237

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/108HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beschikking echtscheiding en alimentatie

De vrouw verzocht bij de rechtbank Breda om echtscheiding en vaststelling van een onderhoudsbijdrage van €3.000 per maand. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en kende de alimentatie toe. De man stelde hoger beroep in tegen de echtscheiding, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk en vernietigde het deel over het voortgezet gebruik van de woning door de vrouw. Het hof wees dit verzoek af en bekrachtigde de rest van de beschikking.

De man stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het deel van de beschikking inzake de alimentatie. De vrouw was in cassatie niet verschenen. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 16 september 2005.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

16 september 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/108HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. F.A.M. van Bree,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 maart 2003 ter griffie van de rechtbank te Breda ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken en - voor zover in cassatie nog van belang - de door de man aan de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage vast te stellen op € 3.000,-- per maand.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2003 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het alimentatieverzoek van de vrouw toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 29 juni 2004 heeft het hof de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank te Breda van 22 mei 2003, voor zover gericht tegen de uitgesproken echtscheiding, voormelde beschikking vernietigd, voorzover daarin is bepaald dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de woning, gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] voort te zetten gedurende zes maanden na inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, en in zoverre opnieuw rechtdoende, het verzoek van de vrouw met betrekking tot het voortgezet gebruik van de voormalige echtelijke woning alsnog afgewezen en heeft voormelde beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, voor het overige bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man, wat de vaststelling van de alimentatie voor de vrouw betreft, beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 16 september 2005.