ECLI:NL:HR:2005:AT8303
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diefstal met geweld met dodelijke afloop van bejaarde vrouw
Op 4 oktober 2002 werd een 76-jarige vrouw in haar woning in Rotterdam overvallen door verdachte en een mededader. Tijdens de overval werd het slachtoffer vastgepakt, tegen de muur geduwd, gesommeerd op de grond te gaan liggen, haar handen werden vastgebonden en een doek over haar hoofd gelegd. Kort daarna overleed zij.
De rechtbank veroordeelde verdachte voor diefstal met geweld met de dood tot gevolg. Het hof bevestigde deze veroordeling en stelde dat het overlijden redelijkerwijs aan het handelen van verdachte en zijn mededader kan worden toegerekend, ondanks het ontbreken van een anatomische of toxicologische doodsoorzaak. Een deskundige concludeerde dat een hartritmestoornis, veroorzaakt door hevige stress, waarschijnlijk de doodsoorzaak was.
Het middel van cassatie betoogde dat het causaal verband tussen het handelen van verdachte en het overlijden niet voldoende was aangetoond. De Hoge Raad verwierp dit middel, overwegende dat het een feit van algemene bekendheid is dat een gewelddadige overval bij een kwetsbaar, bejaard slachtoffer hevige emoties kan oproepen die tot de dood leiden. Het hof had het verweer voldoende gemotiveerd verworpen en de bewezenverklaring was naar de eis der wet met redenen omkleed.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep, waardoor de veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld met dodelijke afloop.