ECLI:NL:HR:2005:AU0880
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht onderneming en waardering schuld bij lijfrenteoverdracht
Belanghebbende had voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag, waarna belanghebbende in cassatie ging bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de overdracht van de onderneming aan H B.V. en de waardering van een belasting- en sociale premieschuld op de stakingsbalans. Het Hof oordeelde dat belanghebbende zijn onderneming aan H had overgedragen, inclusief de leveringsverplichting aan E, en dat de overdracht niet als zelfstandige overdracht in de zin van de Wet kon worden aangemerkt omdat de verkoop aan E nagenoeg rond was.
Daarnaast was in geschil of de schuld terecht op nihil was gewaardeerd. Het Hof stelde vast dat de schuld in de overdracht was begrepen en dat betaling daarvan voortaan ten laste van de vennootschap kwam, waardoor het bedrag terecht in de stakingswinst was opgenomen.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens achtte de Hoge Raad geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.