ECLI:NL:HR:2005:AU1667
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep op grond van kennisname terechtzitting
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte het verzoek tot aanhouding van de terechtzitting van 9 maart 2004 had afgewezen.
Het hof had geoordeeld dat verdachte geacht moest worden op de hoogte te zijn van deze zitting, omdat de appèldagvaarding voor de eerdere zitting van 23 december 2003 aan verdachte persoonlijk was uitgereikt en de zaak toen voor bepaalde tijd was aangehouden tot 9 maart 2004. Verdachte was niet verschenen op de zitting van 23 december 2003, maar de verdediging voerde geen concrete argumenten aan waarom verdachte wel op een latere zitting zou verschijnen.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof begrijpelijk was en dat het cassatiemiddel faalde. Ook het tweede middel kon niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde het oordeel van het hof dat verdachte geacht moest worden op de hoogte te zijn van de terechtzitting.