ECLI:NL:HR:2005:AU1997
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en aanpassing schadevergoeding bij verduistering creditcard na beëindiging relatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin zij werd veroordeeld voor verduistering van een creditcard die toebehoorde aan haar voormalige partner, [betrokkene 1]. De creditcard was aan verdachte in bruikleen gegeven tijdens hun relatie om bedragen van een gezamenlijke rekening op te nemen. Na beëindiging van de relatie werd de rekening omgezet op naam van [betrokkene 1], maar verdachte bleef de creditcard gebruiken.
Het hof oordeelde dat de creditcard aan [betrokkene 1] toebehoorde en veroordeelde verdachte tot betaling van een schadevergoeding die echter hoger was dan het bewezen verklaarde bedrag. De Hoge Raad bevestigde het oordeel over het eigendom van de creditcard en de bewezenverklaring van verduistering van €5.108,50. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover de toegewezen schadevergoeding hoger was dan dit bedrag en paste de schadevergoeding dienovereenkomstig aan.
De Hoge Raad wees erop dat in cassatie geen nieuwe feiten mogen worden ingebracht, zoals het betoog van verdachte dat zij haar eigen creditcard had behouden. Ook werd de vordering van de benadeelde partij tot een hoger bedrag afgewezen wegens gebrek aan motivatie. De straf en overige onderdelen van het arrest bleven in stand. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan omwille van doelmatigheid.
Uitkomst: De Hoge Raad past de schadevergoeding aan tot €5.108,50 en bevestigt de veroordeling voor verduistering van de creditcard.