ECLI:NL:HR:2005:AU2407
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Onteigening en vergoeding bedrijfsverplaatsing bij onteigeningsgevolg
Eiseres, huurster van een gedeelte van een te onteigenen perceel, vorderde vergoeding van de Staat voor de verplaatsing van haar gehele bedrijf als gevolg van onteigening. De rechtbank Haarlem sprak vervroegd de onteigening uit en stelde een voorschot op schadeloosstelling vast. Na deskundigenonderzoek bepaalde de rechtbank de schadeloosstelling definitief en veroordeelde de Staat tot betaling van het restantbedrag met rente en kosten.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het eindvonnis van de rechtbank, stellende dat de vergoeding voor de bedrijfsverplaatsing onjuist was vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest bevestigt de beslissing van de rechtbank en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is de schadeloosstelling voor de onteigening en de vergoeding van het onteigeningsgevolg van bedrijfsverplaatsing definitief vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.