ECLI:NL:HR:2005:AU2863
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij gebrekkige ondertekening en termijnoverschrijding
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam betreffende gezag over een minderjarige en verblijfplaats. De cassatie werd per fax ingediend op de laatste dag van de termijn, maar deze fax was niet ondertekend door een advocaat, wat een vereiste is volgens art. 426a Rv.
Hoewel later een origineel verzoekschrift met handtekening van de advocaat werd ingediend, gebeurde dit niet binnen korte tijd na de fax, waardoor het gebrek niet hersteld kon worden. De Hoge Raad oordeelde dat verzoeker hierdoor niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte en tijdige indiening van stukken in cassatieprocedures en de strikte toepassing van de regels omtrent ondertekening en termijnen.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet tijdig herstel van het gebrek aan ondertekening.