ECLI:NL:HR:2005:AU2866
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bepaalt maximale geldigheidsduur machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende deze machtiging op 31 mei 2005 voor een periode van vijf jaar, omdat betrokkene al ruim tien jaar zonder onderbreking op grond van een rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef en duurzaam toezicht nodig had.
De officier van justitie stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de vijfjaarstermijn uit art. 17 lid 4 Wet Pro Bopz analoog had toegepast op een machtiging tot voortgezet verblijf, terwijl volgens art. 19 Wet Pro Bopz de maximale geldigheidsduur twee jaar bedraagt.
De Hoge Raad stelde dat deze analoge toepassing niet verenigbaar is met het gesloten stelsel van de Wet Bopz, de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank en verleende zelf de machtiging tot voortgezet verblijf voor de maximale termijn van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de oorspronkelijke beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verleent een machtiging tot voortgezet verblijf voor de maximale termijn van twee jaar.