ECLI:NL:HR:2005:AU3139
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring cassatie tegen hoofdelijke aansprakelijkstelling sociale verzekeringspremies
Belanghebbende werd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een bedrag van ƒ 4.023.771,48 aan premies over 1996 en 1997. Na een ongegrond verklaard bezwaar volgde een beroep bij de Rechtbank Alkmaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het besluit bevestigde.
Belanghebbende stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel en oordeelde dat klachten over schending of verkeerde toepassing van artikel 9 CSV Pro niet tot cassatie konden leiden. Daarnaast kunnen vaststellingen van feitelijke aard in cassatie niet worden onderzocht en klachten over motiveringsgebreken van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waren niet ontvankelijk.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor toewijzing van het cassatieberoep en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 23 september 2005 door raadsheren Lourens, van den Berge en Punt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de hoofdelijke aansprakelijkstelling blijft in stand.