ECLI:NL:CRVB:2004:AR2970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde sociale premies bij schijnconstructie met Poolse werknemers
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de hoofdelijk aansprakelijkheid van een bestuurder van een coöperatie centraal voor onbetaalde premies sociale verzekeringen over de jaren 1996 en 1997. De coöperatie had Poolse werknemers via een constructie met Poolse vennootschappen ingezet bij Nederlandse tuinders, waarbij de premies niet werden afgedragen. De bestuurder erkende haar rol in de periode juni 1996 tot maart 1997.
De Raad oordeelt dat de constructie een schijnconstructie is, waarbij de Poolse werknemers feitelijk in dienst waren van de coöperatie en aan tuinders werden uitgeleend. De premieschuld ontstond al bij de loonbetalingen en werd schattenderwijs vastgesteld door het uitvoeringsinstituut, waarbij het risico van onjuiste schatting voor rekening van de werkgever komt. De bestuurder voerde verweren aan tegen de hoogte en aard van de premies, maar deze werden verworpen.
De coöperatie was in gebreke gebleven met betalingen en was ontbonden zonder baten. De Raad bevestigt dat de bestuurder aansprakelijk is vanwege kennelijk onbehoorlijk bestuur dat heeft geleid tot het niet betalen van de premies. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank Alkmaar wordt bevestigd.
Uitkomst: De bestuurder wordt hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de onbetaalde sociale premies van de coöperatie over 1996 en 1997.