ECLI:NL:HR:2005:AU3264
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Toestemming rechter-commissaris voor cessie letselschadevordering in faillissement tegen boedelbijdrage
In deze faillissementszaak betrof het geschil de cessie van een letselschadevordering van een werknemer tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn failliete werkgever. De werknemer verzocht de rechter-commissaris om toestemming om de vordering 'om niet' over te dragen, oftewel tegen een symbolisch bedrag van €1,--. De rechter-commissaris stemde in met cessie, maar stelde als voorwaarde dat 10% van het toegewezen bedrag aan de boedel zou toekomen.
De werknemer ging hiertegen in hoger beroep bij de rechtbank, die de beslissing van de rechter-commissaris bekrachtigde. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd waarom een eerdere afwijkende beslissing in een vergelijkbare zaak leidend zou moeten zijn en dat de boedelbijdrage gerechtvaardigd was.
Daarnaast wees de Hoge Raad het beroep af dat de rechtbank de toekomstige wettelijke regeling (art. 7:17.2.9c BW) had moeten toepassen, omdat die regeling nog niet van kracht was en geen grondslag bood voor een lagere boedelbijdrage. De Hoge Raad handhaafde daarmee het belang van de curator en de boedel in faillissementssituaties.
Uitkomst: Hoge Raad wijst cassatieberoep af en bevestigt toestemming cessie onder voorwaarde van 10% boedelbijdrage.