ECLI:NL:HR:2005:AU3411
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep in cassatie over vergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst en uitleg overeenkomst
Deze zaak betreft een arbeidsgeschil tussen eiser en Kimberly-Clark over de vergoeding bij het einde van de arbeidsovereenkomst op basis van voorheen geldende CAO’s en de uitleg van een beëindigingsovereenkomst.
Na vernietiging van het vonnis van de rechtbank Roermond door de Hoge Raad in 2002 werd de zaak verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch. Dit hof bevestigde in 2004 het vonnis van de kantonrechter Venlo en wees de vordering van eiser af. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.