ECLI:NL:HR:2005:AU3723
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij verzoek tot erkenning minderjarig kind en DNA-onderzoek
De zaak betreft een verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van een minderjarig kind, waarbij de moeder haar medewerking aan DNA-onderzoek weigerde. De rechtbank benoemde een bijzondere curator en verzocht de raad voor de kinderbescherming om onderzoek en advies. De rechtbank stelde tussentijds hoger beroep open.
De vrouw stelde hoger beroep in tegen de beschikking van de rechtbank, maar het gerechtshof bekrachtigde deze beschikking. Vervolgens stelde de vrouw beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De man verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep van de vrouw niet-ontvankelijk is, omdat tussentijds cassatieberoep niet openstaat naast tussentijds appel. De Hoge Raad verklaarde het beroep van de vrouw niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep.