ECLI:NL:HR:2005:AU3951
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens opzetheling van misdadig verkregen geldbedragen
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij werd veroordeeld voor opzetheling van geldbedragen die afkomstig waren uit de handel in cocaïne door een criminele organisatie.
Het hof had vastgesteld dat verdachte samen met anderen aanzienlijke bedragen in Britse ponden had verworven, voorhanden had en overgedragen, terwijl hij wist dat deze bedragen uit misdrijf afkomstig waren. Het hof baseerde zich op verklaringen van verdachte, het vonnis tegen een medeverdachte, en omstandigheden zoals het gebruik van codetaal, wisseling van GSM-nummers, vervoer van geld in plastic tasjes en ongebruikelijke locaties.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd. Wel is de redelijke termijn voor de cassatiefase overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De gevangenisstraf wordt verminderd tot veertien maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot veertien maanden wegens overschrijding redelijke termijn, overige veroordelingen gehandhaafd.