ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4404
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bezuijen
- Reekum
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor witwassen en deelname aan criminele organisatie in Air Holland-zaak
De rechtbank Rotterdam heeft op 7 december 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van witwassen van grote geldbedragen en deelname aan een criminele organisatie in het kader van de Air Holland-zaak.
De bewezenverklaring betreft witwassen van miljoenen guldens, waarbij verdachte en medeverdachten contant en giraal geld ontvingen en overmaakten, wetende of redelijkerwijs vermoedend dat dit afkomstig was uit misdrijven. De rechtbank oordeelde dat verdachte een gewoonte had gemaakt van het plegen van opzetheling en witwassen, medeplegend was en dat de criminele herkomst van het geld vaststond op grond van de feiten en omstandigheden.
Vrijspraak werd uitgesproken voor enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank motiveerde uitgebreid dat verdachte ondanks zijn zakelijke belangen wist van de criminele herkomst van de gelden en dat zijn handelen bijdroeg aan de vermenging van boven- en onderwereld.
De strafmaat werd bepaald op 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede gelet op de ernst van de feiten en de maatschappelijke positie van verdachte. De rechtbank wees taakstraffen af en rekende verdachte aan dat hij zelf de publiciteit zocht.
De uitspraak bevatte ook overwegingen over de ontvankelijkheid van de officier van justitie, de juridische kwalificatie van witwassen vóór en na wetswijzigingen, en de toepassing van medeplegen in deze complexe zaak.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens witwassen en deelname aan criminele organisatie.