ECLI:NL:HR:2005:AU4292
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrek vooruitbetaalde rente in inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende sloot in maart 1998 een Effecten Lease-overeenkomst met een bank en betaalde in mei 1998 een bedrag aan rente vooruit voor een periode van vijf jaar. Bij de aangifte inkomstenbelasting 1998 bracht hij negen maanden rente in aftrek. De inspecteur stond slechts een deel van de renteaftrek toe. Het hof oordeelde dat naast het bedrag aan vooruitbetaalde rente ook een deel van de rente over het jaar 1998 aftrekbaar was.
De Hoge Raad stelde dat de wetgever bij vooruitbetaling van rente geen gespreide toerekening aan het kalenderjaar beoogde. Als rente vooruitbetaald wordt over een periode van 60 maanden en in één bedrag wordt voldaan, moet deze rente in zijn geheel worden aangemerkt als vooruitbetaalde rente in het jaar van betaling. Het oordeel van het hof dat een deel van de rente niet als vooruitbetaald kon worden beschouwd, werd verworpen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verklaarde het beroep tegen de uitspraak van de inspecteur ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt vernietigd.