ECLI:NL:HR:2002:AE6403
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrekbaarheid vooruitbetaalde rente volgens artikel 38 lid 6 Wet IB 1964
Belanghebbende had in 1998 een Effecten Lease-overeenkomst gesloten en betaalde in dat jaar rente vooruit over een periode van vijf jaar. Hij bracht een deel van die rente in aftrek op zijn belastbaar inkomen. De Inspecteur beperkte de aftrek tot f 4000 op grond van artikel 38 lid 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof stelde belanghebbende in het gelijk door te oordelen dat de aftrekbeperking alleen ziet op rente die betrekking heeft op jaren ná het jaar van betaling.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat alleen rente die betrekking heeft op perioden na het kalenderjaar van betaling onder de aftrekbeperking valt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever juist een systeem wilde waarin de aftrekbeperking geldt zodra de rente betrekking heeft op een periode die eindigt na het kalenderjaar van betaling, met uitzondering van perioden die niet langer dan zes maanden na het kalenderjaar lopen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. De zaak wordt afgedaan zonder veroordeling in proceskosten. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de aftrekbeperking voor vooruitbetaalde rente en bevestigt dat de aftrekbeperking niet beperkt is tot rente die uitsluitend betrekking heeft op jaren na het jaar van betaling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.