ECLI:NL:HR:2005:AU4615
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis kantonrechter inzake geldlening en terugbetaling
In deze zaak vorderde eiser betaling van een bedrag van €1.100,- vermeerderd met rente en incassokosten van verweerster, wegens een vermeende geldlening. De kantonrechter wees de vordering af omdat onvoldoende was komen vast te staan dat de bedragen van de rekening van de vader van eiser daadwerkelijk als lening aan verweerster waren verstrekt. Verweerster had erkend geld te hebben geleend, maar stelde dat zij dit bedrag al had terugbetaald.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de kantonrechter. De Hoge Raad oordeelde dat de kantonrechter onbegrijpelijk had geoordeeld dat verweerster het bestaan van de lening had betwist, terwijl zij slechts stelde dat de lening was terugbetaald. Ook was het oordeel dat niet was komen vast te staan dat de bedragen als lening waren verstrekt onvoldoende gemotiveerd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis van de kantonrechter en verwees de zaak naar het gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De beslissing over de kosten in cassatie werd gereserveerd. De zaak betreft de uitleg en bewijsvoering omtrent het bestaan en de terugbetaling van een geldlening tussen partijen.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem.